Scherven
Ik begin een bolletje
rol mezelf van een berg.
Ik stuiter naar beneden, ik
val
op de grond
kapot.
Duizend scherven
raap ik bij elkaar
veeg er wild doorheen.
Ik kneed mezelf
begin een bolletje
stuiter
ik val
uit elkaar.
Ik ben niet meer te lijmen
toch begin ik weer
opnieuw
opnieuw
opnieuw
opnieuw.
Tot ik het gevonden heb
ik loop voorbij
ik ga zitten ik
trek mijn knieën op
knuffel ze
ik ga zitten
ik ga liggen
op de grond
en we wachten
en we wachten
de zon zakt naar beneden
de maan zakt naar beneden
sterren vallen in het water
plons
plons
plons ik spring
erbij ik word nat
en we wachten
en we wachten
ik loop voorbij
ik loop terug
uit de bomen vallen bladeren
bloemen noten eekhoorns
en vogels dood
en we wachten
en we wachten
ik sta op
loop voorbij
ik kijk niet meer om ik
kijk naar boven tel de sterren
die nog over zijn en
we wachten en we wachten
plons
ik val
mijn hoofd de boom ik
ben een vogel
ik duik in het water
en we wachten
en we wachten
ik word nat
plons
je
valt
me aan je
valt dood
ik val bovenop
we wachten tot het ochtend wordt
je bent de maan
je bent de zon
ik ga zitten
op de grond
Bio:
Koen de Vries (2001) studeert wiskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schrijft zowel proza als poëzie en zijn teksten zijn eerder verschenen onder andere op Notulen van het Onzichtbare en de website van De Revisor. In het voorjaar van 2024 was hij KwarTAALdichter bij taalcollectief De Kneep. Soms kun je hem ook op een podium vinden met zijn gedichten.


