als mijn broer gedoucht heeft
ruik ik lavendel
en kruit onder zijn nagels
bij het overslaan van een lelijk
oud geworden ballon
slaat hij mis en raak in de gang
als ik duik dan
als ik duik dan
stook ik
die lavendelgeur deel ik met hem
mijn andere broer mijn andere broer
mijn andere broer, mijn –
en mijn moeder
alleen op zondagen en wanneer het erg
rustig is maandag nog wat na
woensdag is de beste dag
dan is de geur precies mannelijk
kruit zweet bloed
hoe vaak ook
kan ik ze nooit echt scheiden
vijf fakkels en vierentwintig klamme vingers gaan de lucht in
23 augustus
de aarde roest
Bio:
Martijn van Bruggen (1999) is van huis uit prozaschrijver, maar hij heeft de laatste jaren een liefde voor poëzie opgevat. Hij schrijft en leest graag over klassenmigratie en ziekte, en houdt van darten en de winterzon.


